ECLI:NL:CRVB:2011:BR5005
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij WAO-uitkering
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank over zijn WAO-uitkering. Tijdens de procedure bleek dat het UWV de uitkering van appellant met terugwerkende kracht had verhoogd naar een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Hierdoor was er feitelijk geen inhoudelijk geschil meer tussen partijen.
De Raad besloot het onderzoek te schorsen en het UWV te verzoeken de actuele uitkeringssituatie te onderzoeken. Na ontvangst van het nieuwe besluit van het UWV, waarin de uitkering werd verhoogd, oordeelde de Raad dat het hoger beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard wegens het ontbreken van enig procesbelang.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant voor zowel de behandeling van het beroep als het hoger beroep, en bepaalde dat het griffierecht aan appellant wordt vergoed. Vergoedingen voor kosten in bezwaar werden afgewezen omdat geen verzoek daartoe was ingediend en het primaire besluit niet was herroepen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht wordt vergoed.