ECLI:NL:CRVB:2011:BR5145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende verlies verdiencapaciteit
Appellante heeft zich op 24 mei 2007 arbeidsongeschikt gemeld wegens lichamelijke en psychische klachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft op 9 april 2010 besloten dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering per 21 mei 2009, omdat haar verlies van verdiencapaciteit minder dan 35% bedraagt. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen onjuist waren vastgesteld en dat de functies die haar werden aangeboden niet geschikt waren, mede gezien de totaalbelasting. De Raad overwoog dat het medisch onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld. De bezwaarverzekeringsarts vond geen reden om hiervan af te wijken.
De arbeidsdeskundige had de geschiktheid van functies beoordeeld, waaronder productiemedewerker in verschillende industrieën, en concludeerde dat deze functies binnen de belastbaarheid van appellante vielen. De Raad vond geen aanwijzingen dat de functies ongeschikt waren of dat de belastbaarheid werd overschreden.
De Raad hield rekening met de situatie per 21 mei 2009 en kon geen rekening houden met latere verslechteringen. Gezien de medische en arbeidskundige bevindingen werd het hoger beroep verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering wordt bevestigd.