ECLI:NL:CRVB:2011:BR5208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien van 80-100% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar werd ondersteund door een medisch rapport van een verzekeringsarts die de medische beperkingen van appellante beoordeelde aan de hand van een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De rechtbank Dordrecht onderschreef het besluit van het UWV en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellante juist waren vastgesteld. Appellante ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en voerde aan dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld en dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het UWV een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek had uitgevoerd, waarbij rekening was gehouden met de klachten en beperkingen van appellante. De Raad vond de medische en arbeidskundige onderbouwing voldoende en oordeelde dat de functies passend waren binnen de mogelijkheden van appellante. Ook de vaststelling van het maatmaninkomen werd als juist beoordeeld.
De Raad verwierp het hoger beroep en bevestigde de eerdere uitspraak, waarbij tevens het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.