ECLI:NL:CRVB:2011:BR5246

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-3476 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • J. Riphagen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak

Verzoekster heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek om herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van 2 juni 2010. Het verzoek betrof een bestuursrechtelijke zaak tussen verzoekster en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). Het verzoek om herziening werd ingediend op grond van vermeende nieuwe feiten, waaronder verwijzingen naar het protocol Whiplash associated disorder en een brief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De Raad overwoog dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening, zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), alleen kan worden toegepast indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden. De aangevoerde argumenten van verzoekster betroffen echter een hernieuwde discussie over de inhoud en juistheid van de eerdere uitspraak, wat niet binnen de reikwijdte van het herzieningsverzoek valt.

De Raad verwees naar vaste rechtspraak waarin is bepaald dat herziening niet bedoeld is om de zaak opnieuw te behandelen of de juistheid van de uitspraak te betwisten zonder nieuwe feiten. Gelet hierop werd het verzoek om herziening afgewezen. Tevens werden geen proceskosten aan partijen opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter J. Riphagen in aanwezigheid van griffier T. Dolderman op 17 augustus 2011.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

10/3476 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[Verzoekster], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoekster),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 2 juni 2010, 08/5078 ZW (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
verzoekster
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 17 augustus 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoekster heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, op 18 juni 2010 een verzoek om herziening ingediend van voormelde uitspraak van de Raad. Op 12 augustus 2010 is een aanvullend verzoekschrift ingediend, voorzien van bijlagen.
Het Uwv heeft op 2 september 2010 verweer gevoerd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juli 2011. Voormelde gemachtigde was aanwezig. Het Uwv heeft zich doen vertegenwoordigen door mr W.M.J. Evers.
II. OVERWEGINGEN
1. Ingevolge artikel 8:88 van Pro de Awb in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet kan op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden voor de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift voor de uitspraak niet bekend waren of redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.1. Hetgeen verzoekster heeft aangevoerd valt naar het oordeel van de Raad niet binnen het bereik van artikel 8:88 van Pro de Awb en bevat geen feiten of omstandigheden als in dit artikel bedoeld. Voor zover verzoekster heeft gewezen op het protocol Whiplash associated disorder en de brief van 15 februari 2010 van het Ministerie van Sociale zaken en Werkgelegenheid inzake (de interpretatie van) dit protocol, beoogt verzoekster de inhoud van voormelde uitspraak van de Raad opnieuw aan de orde te stellen. Zulks geldt ook voor haar opmerkingen inzake een onvolledige of onjuiste vaststelling van de feiten door de Raad in de uitspraak waarvan herziening wordt gevraagd.
2.2. De Raad wijst erop, dat volgens vaste rechtspraak van de Raad, zie onder meer de uitspraak van 3 oktober 2003, LJN AN7982, het bijzondere rechtsmiddel van herziening als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb niet gegeven is om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in dit artikel, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om de discussie te openen over de juistheid van de betrokken uitspraak.
3. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om herziening van voormelde uitspraak van de Raad moet worden afgewezen.
4. De Raad acht geen termen aanwezig om een der partijen te veroordelen in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door J. Riphagen, in tegenwoordigheid van T. Dolderman als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2011.
(get.) J. Riphagen.
(get.) T. Dolderman.
RK