ECLI:NL:CRVB:2011:BR5259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster voor 24 uur per week, viel uit wegens een posttraumatische stressstoornis, depressie en vermoeidheidsklachten. Het UWV weigerde haar een WIA-uitkering toe te kennen omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. Dit besluit werd bevestigd na bezwaar en door de rechtbank Utrecht.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar medische klachten onvoldoende waren meegewogen, onder meer vanwege medicijngebruik met bijwerkingen, hoofdpijn, nek- en schouderpijn, en psychische klachten. Tevens stelde zij dat de bezwaarverzekeringsarts informatie had moeten opvragen bij haar longarts.
De Raad oordeelde dat de bezwaarverzekeringsarts de beperkingen op afdoende wijze had vastgesteld, mede op basis van medisch onderzoek en rapportages. De aanvullende medische informatie van de longarts en huisarts leidde niet tot een andere beoordeling. De Raad vond geen aanwijzingen dat appellante niet geschikt was voor haar eigen maatmanfunctie. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante geschikt is voor haar eigen administratieve functie.