ECLI:NL:CRVB:2011:BR5741
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.A. van Amerongen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid
Appellante ontving tot 4 oktober 2006 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Deze uitkering werd ingetrokken omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht voor arbeid zonder verlies van verdiencapaciteit. Na een eerdere afwijzing van haar beroep en bezwaar, meldde zij zich ziek terwijl zij een WW-uitkering ontving. Het UWV besloot daarop dat zij geen recht meer had op ziekengeld omdat zij geschikt was voor de geselecteerde functies uit de WAO-beoordeling.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dat de medische beperkingen niet te gering waren vastgesteld en dat er geen wijziging in haar belastbaarheid was. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven. De bezwaarverzekeringsarts had een uitgebreid medisch onderzoek verricht, waarbij alle klachten en de verwijzing naar een psycholoog waren betrokken.
De Raad concludeerde dat appellante, ook rekening houdend met beperkingen door een posttraumatisch stresssyndroom met verlaat begin, in staat was om een van de geselecteerde functies, namelijk productiemedewerker industrie, te vervullen. Daarom werd het bestreden besluit bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.