ECLI:NL:CRVB:2011:BR5741

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-226 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
  • M.A. van Amerongen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking recht op ziekengeld wegens geschiktheid voor arbeid

Appellante ontving tot 4 oktober 2006 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Deze uitkering werd ingetrokken omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht voor arbeid zonder verlies van verdiencapaciteit. Na een eerdere afwijzing van haar beroep en bezwaar, meldde zij zich ziek terwijl zij een WW-uitkering ontving. Het UWV besloot daarop dat zij geen recht meer had op ziekengeld omdat zij geschikt was voor de geselecteerde functies uit de WAO-beoordeling.

Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dat de medische beperkingen niet te gering waren vastgesteld en dat er geen wijziging in haar belastbaarheid was. In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven. De bezwaarverzekeringsarts had een uitgebreid medisch onderzoek verricht, waarbij alle klachten en de verwijzing naar een psycholoog waren betrokken.

De Raad concludeerde dat appellante, ook rekening houdend met beperkingen door een posttraumatisch stresssyndroom met verlaat begin, in staat was om een van de geselecteerde functies, namelijk productiemedewerker industrie, te vervullen. Daarom werd het bestreden besluit bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.

Uitspraak

10/226 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 27 november 2009, 09/1651 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 24 augustus 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M.A.W. Ketelaars, advocaat te Helmond, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 juli 2011.
Appellante is verschenen bij gemachtigde mr. Ketelaars. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door V.A.R. Kali.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellante heeft tot 4 oktober 2006 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ontvangen, laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Met ingang van voormelde datum is die uitkering ingetrokken, omdat appellante niet langer ongeschikt werd geacht functies te vervullen zonder enig verlies aan verdiencapaciteit. Het beroep tegen het terzake afgegeven besluit op bezwaar is door de rechtbank Breda bij uitspraak van 17 juni 2008 ongegrond verklaard, welke uitspraak door de Raad op 8 juli 2009 is bevestigd.
2. Appellante heeft zich op 29 juli 2008, toen zij een werkloosheidsuitkering ontving, ziek gemeld. Bij besluit van 26 januari 2009 is aan appellante meegedeeld dat zij met ingang van 30 januari 2009 geen recht meer heeft op ziekengeld, omdat zij niet langer ongeschikt is tot het verrichten van haar arbeid, zijnde de in het verleden in het kader van de WAO-beoordeling geselecteerde functies.
3. Bij besluit van 3 maart 2009 (het bestreden besluit) is het bezwaar van appellante tegen het besluit van 26 januari 2009 ongegrond verklaard.
4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarbij overwogen dat de verzekeringsartsen bij appellante niet te geringe medische beperkingen hebben vastgesteld. Naar het oordeel van de rechtbank is gelet op de medische gegevens niet gebleken dat er sprake is van een wijziging van de belastbaarheid van appellante ten opzichte van de situatie ten tijde van de WAO-beoordeling.
5.1. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. De Raad stelt vast dat de bezwaarverzekeringsarts naast dossieronderzoek en het bijwonen van de hoorzitting een uitgebreid medisch onderzoek heeft verricht. Daarbij zijn alle door appellante, in hoger beroep opnieuw, naar voren gebrachte medische klachten in beeld gebracht. Ook de reden van de verwijzing naar een psycholoog is door de bezwaarverzekeringsarts in de beoordeling betrokken. Naar het oordeel van de Raad geeft dit alles blijk van een zorgvuldige beoordeling van de medische toestand van appellante ten tijde hier in geding.
5.2. Uit het op 11 november 2009 door de bezwaarverzekeringsarts uitgebrachte rapport blijkt verder nog dat appellante, ook met inachtneming van uit een post traumatisch stresssyndroom (PTSS) met verlaat begin voortvloeiende beperkingen, ten tijde in geding in staat moest worden geacht één van de geselecteerde functies, te weten die van productiemedewerker industrie, te vervullen.
5.3. Uit het door appellante in hoger beroep nog overgelegde journaal van de huisarts met specialistenbrieven kan de Raad, gelet op het verhandelde ter zitting, niet afleiden dat de bezwaarverzekeringsarts de beperkingen van appellante ten tijde in geding onjuist heeft beoordeeld.
5.4. Uit hetgeen is overwogen onder 5.1 tot en met 5.3 volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
6. De Raad acht geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van
M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar
op 24 augustus 2011.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) M.A. van Amerongen.
EK