ECLI:NL:CRVB:2011:BR5742
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor WIA-functies
Appellant, die zich op 8 oktober 2008 ziek meldde met toegenomen pijnklachten, werd door het Uwv geweigerd een Ziektewetuitkering toe te kennen. Een verzekeringsarts concludeerde dat er geen wezenlijke en blijvende verandering in zijn medische toestand was op de datum van ziekmelding. Het Uwv handhaafde dit besluit bij bestreden besluit van 21 april 2009.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet geschikt was om zijn arbeid te verrichten en dat een onafhankelijke deskundige ingeschakeld had moeten worden. De Raad overwoog dat de medische stukken geen aanleiding gaven om het lopende psychiatrische onderzoek te betrekken en dat het onderzoek van de verzekeringsarts zorgvuldig was.
De Raad bevestigde dat appellant geschikt is voor ten minste één van de functies die in het kader van de Wet WIA aan hem zijn voorgehouden. Er was geen aannemelijk bewijs van toename van beperkingen sinds de ziekmelding. Daarom is het bestreden besluit terecht gehandhaafd en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een Ziektewetuitkering vanaf 8 oktober 2008 vanwege geschiktheid voor WIA-functies.