ECLI:NL:CRVB:2011:BR5778
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor lidmaatschap sportvereniging wegens niet-noodzakelijke kosten
Appellante, een alleenstaande uitkeringsgerechtigde, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een lidmaatschap bij “Hart voor Sport”, een sportvereniging met begeleide fitnessmogelijkheden. Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage wees dit verzoek af omdat deze kosten niet als noodzakelijk in de zin van de Wet werk en bijstand (WWB) konden worden beschouwd. Het College baseerde zich op een medisch advies van een GGD-arts die stelde dat voldoende alternatieven voor beweging beschikbaar waren, zoals wandelen en fietsen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch advies onzorgvuldig was en dat sporten onder begeleiding noodzakelijk was vanwege haar medische situatie, angst en het risico op terugval. Zij bracht echter geen objectieve medische gegevens aan die een strikte noodzaak voor begeleid sporten in de relevante periode konden onderbouwen.
De Raad oordeelde dat het College terecht het advies van de GGD-arts heeft gevolgd en dat de medische gegevens die na de bestreden periode werden verstrekt niet relevant waren voor de beoordeling van het verzoek in de periode van 22 mei 2008 tot 1 augustus 2008. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor het sportlidmaatschap bevestigd.