ECLI:NL:CRVB:2011:BR5889
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor de tweede bril op basis van buitenwettelijk beleid
In deze zaak gaat het om de afwijzing van een aanvraag voor bijzondere bijstand voor de aanschaf van een tweede bril door appellant, die eerder al een bril had aangeschaft. Appellant diende op 28 april 2009 een aanvraag in voor bijzondere bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) voor twee brillen. De eerste bril, aangeschaft op 12 februari 2009, kostte € 300,-- waarvan € 150,-- door de ziektekostenverzekeraar werd vergoed. De tweede bril, aangeschaft op 29 april 2009 voor € 395,--, werd niet vergoed. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam keurde de aanvraag voor de tweede bril af, omdat er volgens hen geen bijzondere reden was die de kosten rechtvaardigde. Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar het College verklaarde het bezwaar ongegrond op 8 oktober 2009. De rechtbank Amsterdam bevestigde deze beslissing in haar uitspraak van 4 maart 2010, waartegen appellant in hoger beroep ging.
Tijdens de zitting op 5 juli 2011 was appellant niet aanwezig, maar het College werd vertegenwoordigd door een advocaat. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de kosten van de tweede bril niet noodzakelijk waren en dat het beleid van het College als buitenwettelijk beleid moet worden gekwalificeerd. De Raad concludeerde dat er geen bijzondere reden was voor de vergoeding van de tweede bril, ondanks de stelling van appellant dat de refractieverslagen aan de aanschaf van beide brillen ten grondslag lagen. De Raad achtte deze stelling niet geloofwaardig, omdat de refractieverslagen van latere datum waren dan de aankoop van de eerste bril. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep van appellant af, zonder veroordeling in de proceskosten.