ECLI:NL:CRVB:2011:BR5896
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij intrekking bijstand
Appellant had bezwaar gemaakt tegen besluiten van het College van burgemeester en wethouders van Hilversum waarin zijn bijstand werd beëindigd en teruggevorderd. Na ongegrondverklaring van het bezwaar door het College, stelde appellant beroep in bij de rechtbank, dat niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken.
In hoger beroep stelde appellant dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding, onder meer omdat hem door de gemeente zou zijn meegedeeld dat de overschrijding acceptabel was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze stelling niet relevant was, omdat de termijnen van openbare orde zijn en ambtshalve moeten worden gehandhaafd.
De Raad concludeerde dat appellant geen omstandigheden had aangevoerd die de late indiening van het beroepschrift konden rechtvaardigen of objectief konden onderbouwen. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.