ECLI:NL:CRVB:2011:BR5903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Geen recht op bijstand bij verblijf in het buitenland langer dan vier weken
Appellante, een bijstandsontvanger, verbleef van 23 november 2008 tot en met 7 december 2008 in Marokko vanwege het overlijden van haar moeder. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde bijstand over deze periode, omdat het verblijf langer dan de toegestane vier weken buiten Nederland was en appellante geen ontheffing had gekregen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep. Appellante stelde dat vanwege haar slechte gezondheid en ontheffing van sollicitatieplicht een langer verblijf toegestaan had moeten worden en dat artikel 8 EVRM Pro bescherming bood, maar deze argumenten werden verworpen.
De Raad oordeelde dat het College terecht geen bijstand verleende omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 13 WWB Pro en geen acute noodsituatie bestond die toepassing van artikel 16 WWB Pro rechtvaardigde. Ook werd geoordeeld dat artikel 8 EVRM Pro niet verplicht tot financiële ondersteuning voor het verblijf in het buitenland.
De Raad concludeerde dat het College zorgvuldig had gehandeld en dat de belangenafweging niet van toepassing was bij dwingend recht. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; geen recht op bijstand voor verblijf langer dan vier weken in het buitenland zonder ontheffing.