ECLI:NL:CRVB:2011:BR6451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na beoordeling medische beperkingen en belastbaarheid
Appellante, voormalig verkoopster, ontving een Ziektewetuitkering na ziekte en zwangerschap. Het UWV beëindigde deze uitkering per 27 oktober 2008 op grond van het oordeel dat zij geschikt was voor functies die in de WAO-procedure aan haar waren voorgehouden, met name de functie van telefonist/receptionist.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de conclusies gemotiveerd. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar medische beperkingen werden onderschat en dat haar belastbaarheid werd overschat, mede door haar zwaar belaste thuissituatie.
De Raad overwoog dat bij de beoordeling van de belastbaarheid de huishoudelijke taken, waaronder de zorg voor haar zoontje, buiten beschouwing moeten blijven. De medische beperkingen zoals vastgesteld door de bezwaarverzekeringsarts werden als juist beoordeeld. Het rapport van de gynaecoloog dat triggerpointpijn of nerve-entrapment constateerde, leidde niet tot een ander oordeel over haar belastbaarheid.
De Raad zag geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijk deskundige en bevestigde de beëindiging van de Ziektewetuitkering. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering van appellante per 27 oktober 2008.