ECLI:NL:CRVB:2011:BS1143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-pensioen met terugwerkende kracht wegens schuldig nalatigheid
Betrokkene ontving vanaf juli 2006 een volledig AOW-pensioen, maar bij besluit van 17 november 2008 stelde appellant vast dat er ten onrechte geen rekening was gehouden met schuldig nalatigheid in de jaren 1964-1966, waardoor een korting van 4% op het pensioen moest worden toegepast.
De rechtbank oordeelde dat het herzieningsbesluit met terugwerkende kracht niet in stand kon blijven, onder meer omdat betrokkene had aangegeven in het buitenland te hebben gewerkt en op nader onderzoek mocht vertrouwen. Appellant stelde in hoger beroep dat betrokkene niet in het buitenland had gewerkt en dat de korting los stond van deze kwestie.
De Raad overweegt dat betrokkene redelijkerwijs had kunnen weten dat hij ten onrechte een volledig pensioen ontving, mede omdat hij geen rechtsmiddelen had aangewend tegen eerdere besluiten. Het beleid van appellant inzake terugwerkende herziening is consistent toegepast en vormt een buitenwettelijk begunstigend beleid dat terughoudend wordt getoetst.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van appellant ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de Sociale verzekeringsbank wordt ongegrond verklaard en het AOW-pensioen mag met terugwerkende kracht worden herzien.