ECLI:NL:CRVB:2011:BT1734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende kracht Wajong-uitkering wegens ontbreken bijzonder geval
Appellante verzocht het UWV om een Wajong-uitkering met terugwerkende kracht vanaf een datum eerder dan één jaar voor haar aanvraag. Het UWV kende de uitkering toe met ingang van 1 april 2008, maar wees een verdere terugwerkende kracht af omdat appellante niet tijdig had aangevraagd en onbekendheid met de Wajong-regeling geen bijzondere omstandigheid vormt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat zij al in een vroeg stadium had kunnen begrijpen dat haar aandoening haar arbeidsvermogen beperkte en dat zij zich in 1990 al had kunnen oriënteren op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij pas eind 2008 of begin 2009 de juiste diagnose kreeg en toen pas wist dat zij recht had op de uitkering.
De Raad overweegt dat volgens vaste rechtspraak alleen in bijzondere gevallen, zoals onvermogen om tijdig een aanvraag te doen of pas later duidelijk zicht op de ernst van de aandoening, het UWV kan afwijken van de terugwerkende kracht van één jaar. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van een bijzonder geval. Onbekendheid met de wetgeving vormt geen grond voor terugwerkende kracht. Het hoger beroep wordt dan ook verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitkering wordt niet met meer dan een jaar terugwerkende kracht toegekend.