ECLI:NL:CRVB:2011:BT1741

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-5284 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21a BeroepswetArt. 8:75 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep in socialezekerheidszaak

In deze zaak heeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem in een WAO-procedure. Vervolgens heeft appellant het hoger beroep ingetrokken. Betrokkene heeft daarop een verzoek ingediend om appellant te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die betrokkene in verband met het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat op grond van artikel 21a van de Beroepswet het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep op verzoek van een partij kan worden veroordeeld in de proceskosten. De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken en dat het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond is.

De Raad beoordeelt de proceskosten en begroot deze op in totaal € 766,-, bestaande uit kosten voor verleende rechtsbijstand en redelijkerwijs gemaakte kosten voor het inschakelen van een psychiater en een psycholoog. De Raad wijst de proceskostenveroordeling toe en sluit het onderzoek zonder zitting af.

Uitkomst: Het bestuursorgaan wordt veroordeeld tot betaling van € 766,- aan proceskosten aan betrokkene na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

09/5284 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: appellant)
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 18 augustus 2009, 08/5888 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene)
en
appellant.
Datum uitspraak: 14 september 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Bij brief van 4 mei 2011 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Op 24 mei 2011 heeft mr. K.U.J. Hopman, advocaat, namens betrokkene een ingevuld en ondertekend Formulier proceskosten met bijlagen aan de Raad geretourneerd.
Appellant heeft bij brieven van 27 mei 2011 en 1 juni 2011 verweer gevoerd.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens betrokkene een verzoek om veroordeling van appellant in de proceskosten van betrokkene is gedaan.
Aangezien de rechtbank reeds is overgegaan tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene in eerste aanleg en hier geen hoger beroep tegen is ingesteld, staat de Raad nog ter beoordeling de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.
Gelet op het bepaalde in artikel 1, onder b van het Bpb, komen tevens voor vergoeding in aanmerking de door betrokkene in hoger beroep redelijkerwijs gemaakte kosten voor het inschakelen van psychiater W.A.C. Schijns en psycholoog
G.J.M. van den Aardweg.
Psychiater Schijns heeft blijkens de namens betrokkene overgelegde declaraties tijdens de procedure in hoger beroep
€ 44,- gedeclareerd voor zijn rapportage van 30 oktober 2009. Dit bedrag komt voor vergoeding in aanmerking.
Psycholoog Van den Aardweg heeft blijkens de namens betrokkene overgelegde declaraties en het ingevulde formulier proceskosten tijdens de procedure in hoger beroep in totaal 12 uur (met een uurtarief van € 50,-) aan onderzoek en rapportages besteed. De op de factuur van 2 november 2011 genoemde rapportage van 17 oktober 2009 (4 uur) is echter niet aan de Raad toegezonden en kan om deze reden niet voor vergoeding in aanmerking komen. Dit betekent dat een bedrag van € 400,- (8 uur) voor vergoeding in aanmerking komt.
Gelet op het voorgaande begroot de Raad de totale proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen op € 766,-.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 766,-.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 september 2011.
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) T.J. van der Torn.
TM