ECLI:NL:CRVB:2011:BT2203

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 augustus 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-2463 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
  • H. Bolt
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van onherroepelijke bestuursrechtelijke uitspraak inzake WAO

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend tegen een eerdere uitspraak van 9 april 2010 betreffende een WAO-zaak. Het verzoek tot herziening is gebaseerd op brieven en rapporten die reeds in het dossier aanwezig waren, en op de stelling dat medische onderzoeken door het UWV onvolledig en onjuist zijn geweest, waardoor onvoldoende medische informatie beschikbaar zou zijn geweest.

De Raad overweegt dat artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een strikt criterium stelt voor herziening: alleen nieuwe feiten of omstandigheden die bij de eerdere uitspraak niet bekend waren, kunnen leiden tot herziening. De aangevoerde stukken en argumenten van verzoeker bevatten geen nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van dit artikel.

Voorts wijst de Raad het verzoek af omdat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is om een hernieuwde discussie over de zaak te voeren of de juistheid van de eerdere uitspraak aan te vechten zonder nieuwe feiten. Het verzoek wordt daarom ongegrond verklaard en afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

10/2463 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
P R O C E S - V E R B A A L
van de mondelinge uitspraak
op het verzoek om herziening van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
tegen de uitspraak van de Raad van 9 april 2010, 08/4812
in het geding tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum mondelinge uitspraak: 19 augustus 2011
Zitting hebben: T. Hoogenboom als voorzitter en H. Bolt en D.J. van der Vos als leden van de meervoudige kamer
Griffier: M.A. van Amerongen.
Ter zitting is verschenen:
Verzoeker, bijgestaan door mr. W.C. de Jonge. Het Uwv is niet verschenen.
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1. Artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt de mogelijkheid een onherroepelijke uitspraak van de bestuursrechter te herzien. De feiten en omstandigheden op grond waarvan herziening uitsluitend kan plaatsvinden zijn vermeld in dat artikel. Het verzoekschrift van verzoeker bevat een opsomming van brieven en rapporten die zijn opgenomen in het dossier dat ten grondslag ligt aan de uitspraak van de Raad van 9 april 2010, alsmede conclusies die verzoeker aan die stukken verbindt. Dat verzoekschrift bevat geen feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb. Ook de brief van 11 mei 2010 van Instituut Psychosofia, Centrum voor spirituele geneeswijze en spirituele dans, bevat geen feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb. In die brief is slechts opgenomen een opsomming gelijkaardig aan die welke in het verzoekschrift is opgenomen.
2. Verzoeker stelt zich, onder verwijzing naar de vermelde brief van Instituut Psychosofia, voorts op het standpunt dat de onderzoeken door de verzekeringsartsen van het Uwv niet volledig zijn geweest en dat de resultaten van die onderzoeken onjuist zijn. Dit heeft ertoe geleid dat er onvoldoende medische informatie over verzoekers gezondheidstoestand in de relevante periode aanwezig is. De rechterlijke toetsing van het desbetreffende besluit is volgens verzoeker eveneens ondeugdelijk geweest evenals de beslissing daarover van de Raad. Verzoeker heeft ten slotte aangevoerd dat hij - ten gevolge van de ondeugdelijke medische onderzoeken - onvoldoende in staat is gesteld de wettelijke bevoegdheden uit te oefenen die ter borging dienen van zijn rechtspositie, daaronder ook begrepen de bevoegdheden die besloten liggen in artikel 8:88 van Pro de Awb. In hetgeen verzoeker heeft aangevoerd zijn evenmin nieuwe feiten of omstandigheden gelegen als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb.
3. Voor zover verzoeker betoogt dat de beslissing vervat in de uitspraak van de Raad van 9 april 2010 onjuist is, oordeelt de Raad dat, zoals hij heeft overwogen in zijn uitspraak van 3 oktober 2003, LJN AN7982, het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 19 augustus 2011
de griffier de voorzitter
(get.) M.A. van Amerongen (get.) T. Hoogenboom
Voor eensluidend afschrift
de griffier van de
Centrale Raad van Beroep.
TM