ECLI:NL:CRVB:2011:BT2565
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering postume toelating tot vrijwillige verzekering ANW wegens termijnoverschrijding
Appellante, weduwe van [A.B.], die tot 20 januari 1983 verzekerd was ingevolge de volksverzekeringen, verzocht om toekenning van een nabestaandenuitkering en postume toelating tot de vrijwillige verzekering krachtens de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit af omdat de aanmelding voor de vrijwillige verzekering niet binnen één jaar na het einde van de verplichte verzekering was ingediend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond omdat geen bijzondere omstandigheden waren die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet in staat is haar familie te onderhouden, maar dit werd door de Raad niet als voldoende grond gezien.
De Raad overwoog dat de wettelijke regeling inzake vrijwillige verzekering een aanmelding binnen één jaar na het einde van de verplichte verzekering vereist en dat deze termijn niet is gehaald. Er waren geen bijzondere feiten of omstandigheden die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen. Ook lag het op de weg van de echtgenoot zich tijdig te informeren over de vrijwillige verzekering.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en weigering postume toelating tot vrijwillige verzekering ANW bevestigd.