ECLI:NL:CRVB:2011:BT2568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening nabestaandenuitkering met terugwerkende kracht wegens niet tijdige melding WW-inkomsten
Appellante ontvangt een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). In 2005 heeft zij naast loon en een WAO-uitkering ook een WW-uitkering ontvangen, welke zij niet tijdig aan de Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft gemeld. De Svb heeft daarom in 2008 het inkomen over 2005 herzien en de uitkering met terugwerkende kracht aangepast.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij wel aan haar inlichtingenplicht had voldaan en dat de herziening kennelijk onredelijk was. De Raad overwoog dat het beleid van de Svb ten aanzien van terugwerkende herziening een buitenwettelijk begunstigend beleid is, dat terughoudend wordt getoetst. De Raad vond geen aanwijzingen dat het beleid niet consistent was toegepast.
De Raad stelde vast dat appellante niet had aangetoond dat zij de WW-uitkering tijdig had gemeld en dat het voor haar redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat deze inkomsten invloed hadden op de hoogte van haar ANW-uitkering. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een volledige terugwerkende herziening kennelijk onredelijk maakten. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening van de ANW-uitkering met terugwerkende kracht bevestigd.