ECLI:NL:CRVB:2011:BT2587

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-3128 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • C.W.J. Schoor
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van uitspraak over arbeidsongeschiktheid UWV

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek ingediend tot herziening van een eerder vonnis waarin zijn beroep tegen het UWV werd afgewezen. De eerdere uitspraak betrof de beoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid op basis van medische rapporten en deskundigenonderzoek.

De Raad heeft overwogen dat het verzoek tot herziening alleen kan worden ingewilligd indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Verzoeker stelde dat het onderzoek door de door de rechtbank benoemde deskundige niet onafhankelijk was en handhaafde zijn standpunt dat een urenbeperking wel op zijn plaats was.

De Raad concludeerde echter dat het verzoekschrift geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatte zoals vereist in artikel 8:88 van Pro de Awb. Het verzoek om herziening en de vordering tot schadevergoeding werden daarom afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om herziening en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

10/3128 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
Als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 21 mei 2010, 09/3206 (hierna: bestreden uitspraak),
in het geding tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 23 september 2011
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft een verzoek om herziening ingediend.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Verzoeker heeft bij faxbericht van 24 augustus 2011 zijn standpunt nader toegelicht.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2011.
Verzoeker is verschenen. Het Uwv heeft zich – met kennisgeving – niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
1. Ingevolge artikel 8:88 eerste Pro lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2. Bij de bestreden uitspraak is beslist op het hoger beroep van verzoeker tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 17 april 2009, 07/1880. Bij deze uitspraak van de rechtbank is ongegrond verklaard het beroep van verzoeker tegen de in die uitspraak beoordeelde besluitvorming van het Uwv betreffende de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant op 19 mei 2006 en 16 mei 2007. De rechtbank heeft naar aanleiding van het door verzoeker in beroep overgelegde rapport van de psychiater A.R. Hertroijs van 28 september 2007, die zich kon vinden in de voor verzoeker door het Uwv vastgestelde Functionele Mogelijkheden Lijst maar wel een urenbeperking aangewezen achtte, de zenuwarts D.H.J. Boeykens benoemd als deskundige voor het instellen van een onderzoek. Boeykens concludeerde in een rapport van 23 juli 2008 dat een urenbeperking niet aangewezen was. De rechtbank heeft, na kennisname van de reacties van partijen en een nader rapport van Boeykens van 19 november 2008, geen aanleiding gezien de conclusies van Boeykens niet te volgen. De Raad heeft in de bestreden uitspraak geen aanleiding gezien om tot het oordeel te komen dat de rechtbank had moet afwijken van de in vaste rechtspraak van de Raad besloten liggende hoofdregel dat het oordeel van een onafhankelijke door de bestuursrechter benoemde deskundige in beginsel mag en ook pleegt te worden gevolgd. Voorts heeft de Raad overwogen waarom naar zijn oordeel niet is gebleken dat Boeykens niet onafhankelijk of deskundig zou zijn.
3.1. Verzoeker heeft zijn verzoek om herziening van de bestreden uitspraak doen steunen op de stelling dat van een onafhankelijk onderzoek door Boeykens geen sprake was. Voorts blijft verzoeker bij het standpunt van Hertroijs dat een urenbeperking wel degelijk op zijn plaats was. Ten slotte heeft hij een schadevergoeding gevorderd.
3.2. De Raad kan niet anders concluderen dan dat in het verzoekschrift, zoals dit samengevat is weergegeven in overweging 3.1, geen feiten of omstandigheden zijn gelegen als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb. Voor zover verzoeker met zijn verzoekschrift beoogt een hernieuwde discussie over deze zaak te voeren, wijst de Raad erop dat daarvoor alleen plaats kan zijn in een procedure op grond van artikel 8:88 van Pro de Awb als sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in dat artikel.
3.3. Gelet op overweging 3.2 dient het verzoek om herziening van verzoeker en het in verband daarmee gedane verzoek om schadevergoeding te worden afgewezen.
4. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af;
Wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 september 2011.
(get.) C.W.J. Schoor.
(get.) M.A. van Amerongen.