ECLI:NL:CRVB:2011:BT2606
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening van rechtens onaantastbaar UWV-besluit op grond van ontbreken nieuwe feiten
Appellant, voormalig medewerker drukkerij, meldde zich in 2003 ziek vanwege psychische klachten. Het UWV weigerde in 2004 een WAO-uitkering toe te kennen. Na een recidief psychose in 2006 werd appellant alsnog volledig arbeidsongeschikt verklaard en kreeg hij een WAO-uitkering toegekend met ingang van april 2006.
Appellant verzocht in 2008 om herziening van het oorspronkelijke besluit van 2004, stellende dat er sprake was van nieuwe feiten, namelijk de psychose in 2006. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die het eerdere besluit onjuist maakten. Zowel de bezwaar- als de beroepsprocedure bevestigden dit standpunt.
De rechtbank oordeelde dat de psychose in 2006 geen nieuw feit was in de zin van artikel 4:6 Awb Pro, maar een verergering van de reeds bestaande aandoening. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en wees ook de aanvullende argumenten van appellant af, waaronder persoonlijke problemen die geen verband hielden met het verzoek. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het rechtens onaantastbare UWV-besluit wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.