ECLI:NL:CRVB:2011:BT2629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Wachtgeldtoekenning na overtolligheidsontslag en verrekening van inkomsten uit eigen bedrijf
Appellant, een voormalig beroepsmilitair en burgerambtenaar bij Defensie, kreeg overtolligheidsontslag per 1 januari 2009 en wachtgeld toegekend tot 2024. Tijdens de herplaatsingsperiode was hij vrijgesteld van werkzaamheden en ondersteund bij het opzetten van een eigen bedrijf. De minister weigerde vrijstelling van inkomsten uit trainingen die appellant via zijn bedrijf ontving.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stond centraal of de inkomsten uit het bedrijf als aangehouden inkomsten konden worden aangemerkt en welk peilmoment daarbij geldt. De Raad overwoog dat het peilmoment voor verrekening de ontslagaanzegging is volgens artikel 13, eerste lid, Wachtgeldbesluit, maar dat het derde lid ook van toepassing is bij non-activiteit.
De Raad stelde vast dat appellant tijdens de herplaatsingsperiode non-actief was in dienstverband bij Defensie en dat de minister daarom de inkomsten mag verrekenen met als peilmoment 1 september 2007, de datum van vrijstelling. De eerdere uitspraak en het bestreden besluit werden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De minister mag de inkomsten van appellant verrekenen met wachtgeld met peilmoment 1 september 2007, maar het bestreden besluit wordt vernietigd en de rechtsgevolgen blijven in stand.