ECLI:NL:CRVB:2011:BT5840
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.G. Treffers
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering suppletie-uitkering na ontslag op andere gronden
Appellante was bij de gemeente Utrecht werkzaam als medewerkster Postkamer en kreeg ontslag verleend op grond van ongeschiktheid wegens ziekte, met een suppletie-uitkering volgens de Arbeidsvoorwaardenregeling Utrecht (ARU). Na bezwaar werd het ontslag op andere gronden verleend, waarbij een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering werd toegekend. Tijdens mediation sloten partijen een vaststellingsovereenkomst, waarin onder meer een vergoeding van €10.000 werd toegekend en finale kwijting werd verleend, met uitzondering van het besluit tot toekenning van de bovenwettelijke uitkering.
Appellante maakte bezwaar tegen de toekenning van deze uitkering, stellende dat zij recht had op de suppletie-uitkering en dat zij op het verkeerde been was gezet, waardoor het ontslagbesluit niet als grondslag kon dienen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit oordeel. De Raad oordeelt dat het ontslagbesluit van 11 januari 2008 in rechte onaantastbaar is geworden en dat de vaststellingsovereenkomst geen aanwijzing bevat dat het college gehouden is tot toekenning van de suppletie-uitkering.
Verder acht de Raad de door appellante aangevoerde compensatiegronden onvoldoende onderbouwd en wijst hij het beroep af. Ook het verweer dat het ontslagbesluit niet ten grondslag mocht worden gelegd aan de uitkering wordt verworpen wegens gebrek aan bijzondere omstandigheden en onvoldoende bewijs. De Raad benadrukt dat appellante steeds werd bijgestaan door een raadsman en dat het gebrek aan inzicht voor haar rekening komt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de suppletie-uitkering en wijst het beroep van appellante af.