ECLI:NL:CRVB:2011:BT6283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder vanaf september 2005. Na een melding via 'meld misdaad anoniem' startte de gemeente Utrecht een onderzoek naar haar woonsituatie. Uit dossieronderzoek, observaties en verhoren bleek dat appellante vanaf april 2007 een gezamenlijke huishouding voerde met haar partner, met wie zij meerdere kinderen had.
Het College trok daarom de bijstand met ingang van april 2007 in en vorderde de ten onrechte ontvangen bijstand over de periode april tot augustus 2007 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde.
De Raad overwoog dat de beschermende werking van artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is omdat het geen strafrechtelijke procedure betreft. De verklaringen van appellante en haar partner werden als betrouwbaar beoordeeld, ondanks het betoog over taalproblemen en vermeende druk tijdens het verhoor. Appellante schond haar inlichtingenverplichting door het niet melden van de gezamenlijke huishouding, waardoor het College terecht de bijstand introk en terugvorderde.
Het hoger beroep slaagde niet en de Raad bevestigde de eerdere uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.