ECLI:NL:CRVB:2011:BT6516
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-tijdige betaling griffierecht
Verzoekers hadden bij het UWV bezwaar gemaakt tegen besluiten over herzieningen en terugvorderingen van WW-uitkeringen en boetes, welke door het UWV werden afgewezen. Vervolgens stelden zij beroep in tegen deze besluiten en verzochten om voorlopige voorzieningen. De rechtbank verklaarde de beroepen niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Verzoekers betoogden dat slechts eenmaal griffierecht verschuldigd was, omdat zij gezamenlijk werden vertegenwoordigd en de zaken waren gevoegd.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van artikel 8:41 Awb Pro slechts eenmaal griffierecht verschuldigd is indien sprake is van een beroepschrift tegen hetzelfde besluit of samenhangende besluiten. In deze zaak ging het echter om meerdere afzonderlijke besluiten ten aanzien van verschillende verzoekers, zodat ieder griffierecht verschuldigd was. De voorzieningenrechter wees ook de stelling af dat bepalingen uit de Wet griffierechten burgerlijke zaken van toepassing zouden zijn op bestuursrechtelijke procedures.
Daarmee werd het beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd het verzoek om voorlopige voorzieningen afgewezen en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van griffierecht en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.