ECLI:NL:CRVB:2011:BT6974
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de intrekking van zijn WAZ-uitkering door het UWV, welke intrekking op 6 februari 2008 is vastgesteld en onherroepelijk is geworden na het niet aanwenden van rechtsmiddelen tegen het bezwaarbesluit. Appellant stelde dat hij zieker is geworden en volledig arbeidsongeschikt is, maar het UWV concludeerde na medisch onderzoek dat er geen nieuwe medische feiten zijn die een herziening rechtvaardigen.
De verzekeringsartsen Langerak en Hovy bevestigden dat de beperkingen die ten grondslag lagen aan de intrekking onverkort van toepassing zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel volledig, waarbij het verzoek van appellant om terug te komen op het eerdere besluit werd beoordeeld volgens artikel 4:6, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten zoals paniekaanvallen en depressie onvoldoende zijn om het eerdere besluit te herzien. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAZ-uitkering wordt bevestigd wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.