ECLI:NL:CRVB:2011:BT6976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting beperkingen door appellant
Appellant, die sinds 1999 wegens rugklachten niet meer werkte, ontving vanaf 2000 een WAO-uitkering van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2008 stelde een verzekeringsarts geen beperkingen vast, waarna het UWV de uitkering in 2009 introk. In bezwaar werden beperkingen erkend en de uitkering herzien naar 25 tot 35%.
Appellant voerde aan dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn beperkingen, met name de frequentie en duur van koortsaanvallen. De Raad stelde vast dat appellant deze stellingen niet met objectieve medische gegevens onderbouwde en dat het dossier geen bevestiging gaf.
De Raad oordeelde dat het UWV het gewijzigde inzicht voldoende had gemotiveerd en inhoudelijk juist was. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat het gewijzigde inzicht terecht was. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.