ECLI:NL:CRVB:2011:BT6993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde voortzetting WAO-uitkering bij voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante is sinds januari 2001 arbeidsongeschikt en ontvangt vanaf januari 2002 een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling door een arts en arbeidsdeskundige is de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld tussen 55 en 65%. Appellante betwistte deze beoordeling en stelde dat haar beperkingen onderschat waren, met name dat zij slechts 3 uur per dag en 15 uur per week zou kunnen werken.
De bezwaarverzekeringsarts heeft de Functionele Mogelijkheden Lijst aangepast en de urenbeperking geschrapt, waarna het bezwaar ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en verzocht om het raadplegen van een deskundige. De Raad stelde vast dat de berekening van de arbeidsongeschiktheid gebaseerd was op een praktische schatting van het maatmanloon en de feitelijke verdiensten bij werkzaamheden van 3 uur per dag en 15 uur per week. De Raad vond geen aanleiding om de urenbeperking anders te beoordelen of een deskundige te raadplegen.
De Raad concludeerde dat de ongewijzigde voortzetting van de WAO-uitkering in de klasse 55 tot 65% juist was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de ongewijzigde voortzetting van de WAO-uitkering in de klasse 55 tot 65%.