ECLI:NL:CRVB:2011:BT7234
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- J. Riphagen
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en heropening onderzoek schadevergoeding redelijke termijn
Appellante, werkzaam als thuishulp, viel in november 2002 uit wegens rugklachten. Het UWV weigerde haar een WAO-uitkering toe te kennen omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht, gebaseerd op medische en arbeidskundige rapporten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij het verlies aan verdiencapaciteit op 12,2% stelde.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar belastbaarheid onjuist was vastgesteld en verwees naar eerdere toekenningen van WAO-uitkering en psychische beperkingen. Het UWV voerde aanvullend arbeidskundig onderzoek uit en stelde het verlies aan verdiencapaciteit op 7%. De Raad volgde het UWV en oordeelde dat appellante medisch en arbeidskundig niet zwaarder beperkt was dan vastgesteld.
Verder verzocht appellante om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad constateerde dat de totale procedure ruim zeven jaar duurde, wat een overschrijding van de redelijke termijn inhoudt. Daarom werd het onderzoek heropend om de schadevergoeding te beoordelen en werd de Staat der Nederlanden als partij in die procedure betrokken.
De uitspraak bevestigt het eerdere besluit dat appellante geen WAO-uitkering krijgt, maar opent een nieuwe procedure voor de beoordeling van het verzoek om schadevergoeding wegens de overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht op WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid; onderzoek naar schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt heropend.