ECLI:NL:CRVB:2011:BT7244
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag indicatie individuele begeleiding wegens voorliggende voorziening Zorgverzekeringswet
Appellante, bekend met ernstige agorafobie en paniekstoornis, vroeg om een indicatie voor individuele begeleiding op grond van de AWBZ. Het CIZ wees de aanvraag af omdat sinds 1 januari 2009 begeleiding alleen wordt geïndiceerd voor personen met matige of zware problemen en het stapsgewijs aanleren van zelfstandig buitenshuis bewegen als behandeling onder de Zorgverzekeringswet valt.
Na bezwaar en aanvullend medisch advies concludeerde het CIZ dat er een voorliggende voorziening is in de vorm van behandeling onder de Zorgverzekeringswet, waaronder Psychiatrische Intensieve Thuiszorg. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat zij eerst de behandeladviezen moet opvolgen voordat aanspraak op AWBZ-begeleiding kan worden gemaakt.
In hoger beroep stelde appellante dat het onderzoek niet zorgvuldig was en dat zij aan de eisen voor begeleiding voldeed, en dat het inslijten van aangeleerde vaardigheden wel onder de AWBZ valt. De Raad oordeelde dat het medisch advies zorgvuldig tot stand is gekomen en bevestigde dat er een voorliggende voorziening is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag voor individuele begeleiding bevestigd.