ECLI:NL:CRVB:2011:BT7257
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over ingangsdatum Wajong-uitkering zonder bijzonder geval
Appellante stelde dat zij vanwege ernstige psychische klachten en onbekendheid met de Wajong-uitkering niet tijdig een aanvraag kon indienen, en dat dit een bijzonder geval opleverde. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens strijd met artikel 3:2 Awb Pro, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van een bijzonder geval. Uit de stukken blijkt dat appellante al in 1996 een bijstandsuitkering heeft aangevraagd en begeleiding heeft gehad, zodat zij met hulp een Wajong-uitkering had kunnen aanvragen. Onbekendheid met de uitkering of de aanvraagmogelijkheid vormt volgens vaste rechtspraak geen bijzonder geval.
De Raad merkt op dat appellante pas een aanvraag deed nadat haar therapeute en advocaat haar op de Wajong-uitkering wezen, wat bevestigt dat onbekendheid de reden was voor de late aanvraag. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de ingangsdatum van de Wajong-uitkering blijft gehandhaafd.