ECLI:NL:CRVB:2011:BT7344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig asbestsaneerder, viel uit door hersenletsel na een bedrijfsongeval en ontving aanvankelijk een WAO-uitkering. Na een herbeoordeling in 2007 concludeerde een verzekeringsarts dat appellant voldoende mogelijkheden had om te werken, met beperkingen in tempo en informatieverwerking. Het Uwv trok daarop de WAO-uitkering in per 23 januari 2008.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn beperkingen werden onderschat, mede op basis van een neuropsychologisch rapport en zijn ervaringen met werk onder de WSW. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, gesteund door een medisch rapport van een onafhankelijke neuroloog.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische bevindingen van de deskundigen, waaronder de verzekeringsarts en de neuroloog, voldoende onderbouwd zijn en dat appellant geschikt is voor de geduide functies. Het door appellant overgelegde WSW-rapport leidt niet tot twijfel aan deze conclusies. Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellant per 23 januari 2008 wordt bevestigd.