ECLI:NL:CRVB:2011:BT7349
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ontheffing arbeidsverplichtingen WWB wegens motiveringsgebrek
Appellante ontvangt sinds 1995 bijstand op grond van de WWB en heeft diverse keren ontheffing van arbeidsverplichtingen gekregen vanwege lichamelijke beperkingen. Het College verleende haar op 6 november 2008 ontheffing tot 14 september 2010, gebaseerd op medisch advies dat tijdelijke arbeidsongeschiktheid en beperkte belastbaarheid voor lichte activiteiten constateerde.
Na bezwaar en wijzigingsbesluiten verleende het College op 11 december 2009 opnieuw ontheffing tot 14 september 2010, zonder het recentere medisch advies van 19 oktober 2009 mee te wegen. De rechtbank verklaarde het beroep tegen eerdere besluiten niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het besluit van 11 december 2009 af.
De Raad oordeelt dat het College het medisch advies van 19 oktober 2009 onterecht buiten beschouwing liet, waardoor het besluit van 11 december 2009 niet deugdelijk is gemotiveerd. Dit motiveringsgebrek leidt tot vernietiging van het besluit. De Raad stelt echter vast dat het College beleidsvrijheid heeft bij het bepalen van de termijn van ontheffing en dat de termijn van 14 september 2010 niet onaanvaardbaar is. Daarom blijven de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
De Raad veroordeelt het College in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit van 11 december 2009 wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.