ECLI:NL:CRVB:2011:BT7668
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van onvoldoende objectief bewijs
Appellant, geboren in 1937 in het voormalige Nederlands-Indië, heeft meerdere keren verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo, waaronder een aanvraag in 1996 en herhaalde verzoeken tot herziening in 1998, 1999, 2006 en 2009. Al deze verzoeken zijn afgewezen omdat appellant geen objectieve gegevens kon overleggen die zijn eigen verklaring over het meemaken van oorlogsgeweld konden bevestigen.
De Raad heeft in eerdere procedures vastgesteld dat appellant tijdens de Bersiap-periode in het Ursulinenklooster verbleef, maar dat dit verblijf niet onder de werking van de Wubo valt omdat het klooster geen erkend interneringskamp was, behalve een korte periode in oktober 1945. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij gedurende die periode daadwerkelijk in het klooster verbleef.
In de procedure van 2011 heeft appellant opnieuw getuigenverklaringen overgelegd, maar deze waren inconsistent en onvoldoende specifiek om het verblijf in het klooster gedurende de relevante periode te bevestigen. Ook de melding van een vlucht met de grootmoeder en mishandeling kon niet worden ondersteund met objectieve gegevens.
De Raad oordeelt dat een eigen verklaring zonder aanvullende objectieve gegevens onvoldoende is om erkenning te verkrijgen. Gezien het ontbreken van nieuwe feiten of gegevens die tot herziening zouden kunnen leiden, wordt het beroep ongegrond verklaard. Tevens wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief bewijs.