ECLI:NL:CRVB:2011:BT8379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid gemachtigde in beroep tegen weigering proceskostenvergoeding
Appellant, gemachtigde van betrokkenen in procedures tegen het College voor Zorgverzekeringen (CVZ), stelde beroep in tegen besluiten waarin CVZ weigerde proceskosten te vergoeden. De oorspronkelijke procedures betroffen de inhouding van bijdragen op het AOW-pensioen op grond van de Zorgverzekeringswet.
De rechtbank verklaarde appellant niet-ontvankelijk omdat hij geen zelfstandig belang had bij de bestreden besluiten. In hoger beroep betoogde appellant dat CVZ als verliezend bestuursorgaan gehouden was tot vergoeding van proceskosten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant geen zelfstandig recht heeft om tegen de besluiten op te komen, omdat het inhoudelijke geschil tussen betrokkenen en CVZ was beëindigd. Daarom bevestigt de Raad de niet-ontvankelijkheid van appellant in zijn beroep tegen de weigering van proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep tegen de weigering van proceskostenvergoeding.