ECLI:NL:CRVB:2011:BT8824
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- H.C.P. Venema
- B.J. van de Griend
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding volgens WWB
Appellante ontving bijstand volgens de norm voor alleenstaande ouder vanaf 17 januari 2003, nadat haar partner [B.] uit de woning was vertrokken. Het College stelde echter dat zij een gezamenlijke huishouding voerden en herzag de bijstandsuitkering over de periode van 17 januari 2003 tot en met 5 november 2007 naar de norm voor gehuwden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat er voldoende feitelijke grondslag was voor de gezamenlijke huishouding. Appellante voerde in hoger beroep aan dat [B.] geen hoofdverblijf had op haar adres en dat zij haar inlichtingenverplichting niet had geschonden.
De Raad oordeelde dat het hoofdverblijf van [B.] op het adres van appellante lag, gesteund door verklaringen van [B.], appellante zelf, buurtbewoners en een sociaal rechercheur. De Raad verwierp het verweer over de inlichtingenverplichting en bevestigde het besluit van het College. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening en intrekking van de bijstand wordt bevestigd.