ECLI:NL:CRVB:2011:BU1390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. De rechtbank had dit beroep reeds ongegrond verklaard. Appellant voerde aan volledig arbeidsongeschikt te zijn vanwege psychische beperkingen en stelde dat hij de geduide functies niet kon verrichten vanwege de te zware belasting.
De Raad verwijst naar de aangevallen uitspraak voor een overzicht van de feiten en constateert dat appellant geen nieuwe gezichtspunten heeft ingebracht in hoger beroep. De medische gegevens, waaronder de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige, ondersteunen het oordeel dat appellant de belastbaarheid voor de genoemde functies aankan.
De verzekeringsartsen van het UWV hebben de psychische klachten van appellant beoordeeld en een urenbeperking vastgesteld, mede op basis van eerdere psychiatrische rapportages. Gezien het ontbreken van nieuwe objectieve medische gegevens en het feit dat de voorgestelde behandeling inmiddels was beëindigd, is geen aanleiding voor een nader psychiatrisch onderzoek.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de uitspraak van de rechtbank waarin het beroep ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.