ECLI:NL:CRVB:2011:BU1708

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-5728 AW-VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • K. Zeilemaker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij onvoorwaardelijk strafontslag wegens integriteitsbreuk

Betrokkene was teamleider bij een penitentiaire inrichting en kreeg op 28 januari 2010 onvoorwaardelijk strafontslag wegens een integriteitsbreuk. Dit ontslag werd gehandhaafd bij besluit op bezwaar, maar de rechtbank vernietigde dit besluit omdat het ontslag niet passend werd geacht gezien de lange diensttijd en onberispelijke staat van dienst van betrokkene. De rechtbank gaf de Minister opdracht een nieuw besluit te nemen.

De Minister stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om niet te hoeven voldoen aan de opdracht van de rechtbank. Hij voerde aan dat terugkeer van betrokkene tot onrust zou leiden en de veiligheid en integriteit van de inrichting zou schaden. Betrokkene gaf aan zelf niet terug te willen keren vanwege een andere baan.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was voor het treffen van een voorlopige voorziening. Hoewel het dienstverband hersteld zou worden, wilde betrokkene niet terugkeren en was er geen acuut belang bij de Minister. Ook een mogelijke schadevergoeding aan betrokkene bracht geen spoed mee. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

11/5728 AW-VV
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:84, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om voorlopige voorziening van:
de Minister van Veiligheid en Justitie (hierna: verzoeker),
in verband met het hoger beroep van:
verzoeker
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 4 augustus 2011, 10/3576 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene),
en
verzoeker
Datum uitspraak: 24 oktober 2011
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Verzoeker heeft een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.
Met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de behandeling van dit verzoek op een zitting achterwege gebleven.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken gaat de voorzieningenrechter uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Betrokkene was werkzaam bij de dienst Justitiële Inrichtingen, laatstelijk als teamleider bij de penitentiaire inrichting [PI.]. Bij besluit van 28 januari 2010 heeft verzoeker aan betrokkene onvoorwaardelijk strafontslag verleend met onmiddellijke ingang, wegens - kort gezegd - een integriteitsbreuk. Het ontslag is gehandhaafd bij besluit op bezwaar van 27 juli 2010.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak vastgesteld dat de gedragingen van betrokkene inderdaad moeten worden aangemerkt als plichtsverzuim dat hem kan worden toegerekend. De rechtbank heeft echter ook overwogen dat de gedragingen geen onvoorwaardelijk strafontslag rechtvaardigen van een medewerker met een dienstverband van 21 jaar en een onberispelijke staat van dienst. Om die reden heeft de rechtbank het besluit op bezwaar vernietigd en verzoeker opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van haar uitspraak.
3. Verzoeker heeft de Raad verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat hij niet hoeft te voldoen aan deze opdracht van de rechtbank. Daarbij heeft verzoeker aangevoerd dat terugkeer op de werkvloer van betrokkene tot grote onrust en spanningen zal leiden binnen de PI en dat aan de veiligheid van de inrichting en de integriteit van medewerkers een doorslaggevende betekenis toekomt. Opgemerkt wordt nog dat betrokkene in de bezwaar- en beroepsfase heeft aangegeven zelf ook niet terug te willen in verband met een andere baan.
4. De voorzieningenrechter overweegt het volgende.
4.1. Ingevolge artikel 8:81 van Pro de Awb en artikel 21 van Pro de Beroepswet kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien overwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
4.2. In hetgeen verzoeker heeft aangevoerd ziet de voorzieningenrechter geen spoedeisend belang als bedoeld in artikel 8:81 van Pro de Awb. Weliswaar brengt de aangevallen uitspraak herstel van het dienstverband met zich mee, maar uit het proces-verbaal van het verhandelde ter zitting van de rechtbank blijkt dat betrokkene zijn werkzaamheden bij [de PI.] niet wil hervatten, ook omdat hij inmiddels elders werkt. De opmerkingen van verzoeker in het verzoek om voorlopige voorziening onderstrepen dat. Wel heeft betrokkene aangeven dat hij vergoeding wil van geleden materiële en immateriële schade, maar ook daarin ziet de voorzieningenrechter geen spoedeisend belang aan de zijde van verzoeker gelegen. De voorzieningenrechter voegt daaraan nog toe dat als betrokkene zich in de toekomst tot verzoeker mocht wenden om toch uitvoering te geven aan de opdracht van de rechtbank, verzoeker op dat moment opnieuw een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening kan indienen.
4.3. Het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht af.
Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 oktober 2011.
(get.) K. Zeilemaker.
(get.) P.W.J. Hospel.
RH