ECLI:NL:CRVB:2011:BU1915
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het besluit tot beëindiging van ziekengeld wegens arbeidsgeschiktheid ondanks agorafobie
Appellante was als uitzendkracht werkzaam als tomatenplukster en werd op 14 november 2007 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt verklaard. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek werd zij op 10 september 2008 hersteld verklaard en verloor zij het recht op ziekengeld. Later meldde zij zich opnieuw ziek wegens psychische klachten.
Het UWV besloot op 8 april 2009 het ziekengeld te beëindigen omdat appellante niet langer ongeschikt werd geacht voor haar arbeid. Dit besluit werd bij bezwaar op 20 juli 2009 gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en hechtte waarde aan de rapporten van de verzekeringsartsen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd. Ondanks de agorafobie van appellante concludeerden de artsen dat zij in staat was per busje naar het werk te reizen. Appellante bracht geen medische gegevens aan die dit oordeel ondermijnden. De Raad bevestigt daarom het besluit en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.