ECLI:NL:CRVB:2011:BU4639
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H.L. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen twee uitspraken van de rechtbank 's-Gravenhage waarin werd geoordeeld dat hij geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering vanaf respectievelijk 17 september 2008 en 30 september 2009.
De rechtbank baseerde haar oordeel op medische rapporten van verzekeringsarts G.J. Kruithof en bezwaarverzekeringsarts R.A. Admiraal, die concludeerden dat appellant geschikt was voor zijn arbeid en dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen. Appellant voerde aan dat de deskundigen zijn belastbaarheid hadden overschat en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische en fysieke klachten, waaronder het primair syndroom van Sjögren.
De Raad overweegt dat de rechtbank terecht het oordeel van de onafhankelijke deskundigen heeft gevolgd, aangezien er geen bijzondere feiten of omstandigheden zijn die aanleiding geven hiervan af te wijken. De medische stukken die appellant heeft overgelegd, bieden geen aanleiding tot een ander oordeel. De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraken en verklaart dat appellant vanaf genoemde data geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op Ziektewetuitkering vanaf 17 september 2008 en 30 september 2009.