ECLI:NL:CRVB:2011:BU4817
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M. Hillen
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor woninginrichting ondanks lening van familielid
Appellante, een vluchtelinge uit Bosnië-Herzegovina met een verblijfsstatus sinds juni 2007, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van woninginrichting na het betrekken van een eigen woning in maart 2008. Tijdens een huisbezoek bleek dat zij de inrichting reeds had aangeschaft met een lening van € 4.000 van haar oom.
Het College van burgemeester en wethouders van Eindhoven wees de aanvraag af omdat appellante ten tijde van de aanvraag beschikte over geldelijke middelen uit de lening, waarmee zij de kosten door gespreide betaling uit haar inkomen kon voldoen. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de feitelijke aanvraag pas op 18 maart 2008 was gedaan en dat appellante vanaf 14 maart 2008 over de lening beschikte. Volgens vaste rechtspraak behoren kosten van woninginrichting tot incidentele noodzakelijke kosten die uit het inkomen kunnen worden voldaan. Het hoger beroep slaagde daarom niet en de afwijzing van de bijzondere bijstand bleef in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand blijft in stand.