ECLI:NL:CRVB:2011:BU5103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na herziening kinderbijslag
Appellante, woonachtig in Engeland, ontving Nederlandse kinderbijslag tot het tweede kwartaal van 2004. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) besloot in maart 2005 dat zij geen recht meer had op Nederlandse kinderbijslag vanaf 2001 vanwege het bestaan van recht op Engelse kinderbijslag, met een aangekondigde terugvordering van €9.342,94.
Na een procedure waarin het bezwaar aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard en het beroep ongegrond, heeft de Svb in april 2010 het bezwaar alsnog gegrond verklaard en het besluit herroepen. De herziening van de kinderbijslag werd beperkt tot de periode van 26 april 2004 tot 1 juli 2004, de datum waarop de Engelse kinderbijslag werd toegekend.
Appellante heeft zich met dit besluit verenigd, de onverschuldigd betaalde kinderbijslag terugbetaald en geen schadevergoeding gevorderd. Zij verscheen niet bij de zitting van oktober 2011 en reageerde niet op de vraag of zij het hoger beroep wilde handhaven.
De Raad concludeert dat het hoger beroep en het beroep tegen het besluit van april 2007 niet-ontvankelijk moeten worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling omdat geen kosten ter vergoeding zijn gebleken.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 18 november 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen het besluit van 18 april 2007 worden niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.