ECLI:NL:CRVB:2011:BU5177
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door voortzetten nevenactiviteiten ondanks verbod
Appellant was werkzaam bij de gemeente Rotterdam en vanaf april 2006 volledig arbeidsongeschikt. In 2008 vroeg hij toestemming voor nevenactiviteiten, namelijk het oprichten van een escortbedrijf. Dit verzoek werd afgewezen vanwege mogelijke imagoschade en risico's zoals mensenhandel. Ondanks waarschuwingen zette appellant zijn activiteiten voort.
Het college stelde een onderzoek in waaruit bleek dat het escortbedrijf actief bleef. Op grond hiervan werd appellant ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij zijn activiteiten had gestaakt en dat de gemeente nalatig was in re-integratieverplichtingen.
De Raad oordeelde dat appellant wel degelijk bedrijfsmatige activiteiten verrichtte en dat het ontslag niet onevenredig was, mede gezien de uitdrukkelijke weigering en meerdere waarschuwingen. De Raad bevestigde daarom het ontslag en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.