ECLI:NL:CRVB:2011:BU6469
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Geen bijstand met terugwerkende kracht na intrekking ZW-uitkering zonder bijzondere omstandigheden
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam om bijstand toe te kennen met ingang van 21 oktober 2008 en niet vanaf 12 september 2008, de datum waarop de Ziektewet-uitkering (ZW) van appellant werd beëindigd en later teruggevorderd.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat appellanten pas op 18 oktober 2008 kennis namen van het intrekkingsbesluit en dat de onduidelijkheden rond de aangetekende verzending voor hun rekening en risico kwamen. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en stelt dat de envelop met het besluit op het juiste adres is bezorgd en dat een deel van de periode voorafgaand aan de bijstandsaanvraag nog ZW-uitkering is doorbetaald.
Volgens vaste rechtspraak wordt bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht verleend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Het enkele feit dat de ZW-uitkering is teruggevorderd geldt niet als bijzondere omstandigheid. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand wordt niet met terugwerkende kracht toegekend.