ECLI:NL:CRVB:2011:BU6964
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning burger-oorlogsslachtoffer op grond van Wubo
Appellante, geboren in Nederlands-Indië rond 1945-1946, vroeg erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Hoewel haar internering in het kamp De Wijk tijdens de Bersiap-periode werd erkend, werd haar aanvraag afgewezen omdat haar psychische en lichamelijke klachten niet direct met haar eigen oorlogservaringen konden worden verbonden.
De geneeskundig adviseurs concludeerden dat de klachten vooral samenhangen met de slechte relatie met haar moeder, die haar niet accepteerde vanwege haar geboorte uit een verkrachting door een Japanse militair. De Raad oordeelde dat de kampervaringen van de moeder niet bij die van appellante kunnen worden opgeteld en dat de tweede-generatieproblematiek geen gebeurtenissen als bedoeld in artikel 2 van Pro de Wubo betreft.
Het beroep op het beleid inzake sequentiële oorlogstraumatisering werd verworpen. De Raad achtte het bestreden besluit zorgvuldig voorbereid en vond geen aanleiding tot een ander oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de psychische klachten van appellante niet direct samenhangen met haar eigen kampervaringen zoals bedoeld in de Wubo.