ECLI:NL:CRVB:2011:BU6983
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen algemeen verbindend voorschrift en bevoegdheidskwestie bestuursorgaan
Appellant, werknemer en vakbondsbestuurder bij het WSD, maakte bezwaar tegen de Verordening Wsw-raad WSD, vastgesteld door het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat bezwaar tegen algemeen verbindende voorschriften volgens artikel 8:2 Awb Pro niet openstaat.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde dat de verordening een algemeen verbindend voorschrift is, vastgesteld door het bevoegde gezag. Appellant stelde in hoger beroep dat de verordening in strijd is met het gelijkheidsbeginsel en Europees recht, en dat het besluit niet door een politiek orgaan maar door een uitvoeringsinstantie was genomen.
De Centrale Raad van Beroep kon niet inhoudelijk op deze gronden ingaan omdat bezwaar tegen algemeen verbindende voorschriften niet mogelijk is. Wel stelde de Raad vast dat het dagelijks bestuur niet bevoegd was het bezwaar te behandelen; dit was het algemeen bestuur. De Raad vernietigde het besluit van het dagelijks bestuur, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand omdat het algemeen bestuur niet anders kan besluiten dan tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar.
Daarnaast veroordeelde de Raad het dagelijks bestuur tot vergoeding van reiskosten en griffierechten van appellant.
Uitkomst: Bezwaar tegen algemeen verbindend voorschrift is niet-ontvankelijk, besluit dagelijks bestuur vernietigd, rechtsgevolgen blijven in stand.