ECLI:NL:CRVB:2011:BU7121
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op terugwerkende kracht Wuv-uitkering na intrekking Wiv-pensioen
Appellante, nabestaande van een erkend vervolgde en verzetsdeelnemer, ontving een buitengewoon pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (Wiv), dat per 31 maart 2010 werd ingetrokken. Vervolgens werd haar een uitkering toegekend op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) met ingang van 1 april 2010. Appellante stelde dat zij recht had op terugwerkende kracht van de Wuv-uitkering, primair vijf jaar, subsidiair één jaar, en meer subsidiair vanaf de datum van haar verzoek tot vergelijkend onderzoek. De Raad overwoog dat artikel 4, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wuv dwingend voorschrijft dat nabestaanden die aanspraken ontlenen aan de Wiv geen Wuv-uitkering met terugwerkende kracht kunnen ontvangen. Omdat appellante haar bezwaar tegen de intrekking van het Wiv-pensioen had ingetrokken, stond het besluit vast en kon geen eerdere datum dan 1 april 2010 worden gehanteerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en terugwerkende kracht van de Wuv-uitkering wordt afgewezen.