ECLI:NL:CRVB:2011:BU7122
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken directe betrokkenheid bij bombardement Rotterdam 1940
Appellant, geboren in 1930 te Rotterdam, verzocht in 2008 om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Hij baseerde zijn aanvraag op gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn ervaringen tijdens de Tweede Wereldoorlog, met name het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940.
Appellant stelde dat hij zich met zijn vader op de rand van het centrum van Rotterdam bevond tijdens het bombardement, toen zij op weg waren naar de bioscoop. Uit het onderzoek bleek echter dat de bombardementen zich concentreerden op het centrumgebied tot aan de Goudsesingel. Appellant en zijn vader bevonden zich op dat moment aan de noordoostelijke rand van dit gebied, op enige afstand van de directe inslaglocaties, en zijn direct teruggerend naar huis.
De Raad concludeerde dat appellant niet direct betrokken was bij de bombardementen in de zin van artikel 2 van Pro de Wubo. Zijn woning lag buiten het direct getroffen gebied en de brandgrens. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend omdat geen bijzondere omstandigheden aanwezig waren.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 1 december 2011, waarbij de advocaat van appellant en de vertegenwoordiger van verweerder aanwezig waren tijdens de zitting.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat appellant niet direct betrokken was bij het bombardement op Rotterdam in 1940.