ECLI:NL:CRVB:2011:BU7218
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen besluit Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Appellanten, de erven van betrokkene, hebben beroep ingesteld tegen een besluit van de Pensioen en Uitkeringsraad (verweerder) inzake de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Betrokkene had in november 2008 een aanvraag ingediend om erkenning als vervolgde en toekenning van uitkeringen. Deze aanvraag werd aanvankelijk afgewezen omdat vervolging niet was vastgesteld.
Na het overlijden van betrokkene in september 2010 nam verweerder een nieuw besluit waarin werd erkend dat betrokkene psychische klachten had als gevolg van het overlijden van zijn vader in 1942. Hierdoor werd betrokkene gelijkgesteld met een vervolgde en werd een periodieke uitkering toegekend met ingang van 1 september 2008. Het bezwaar werd voor het overige ongegrond verklaard.
De Raad constateert dat er geen resterend procesbelang bestaat bij de beoordeling van het oorspronkelijke bestreden besluit, waardoor het beroep tegen dat besluit niet-ontvankelijk wordt verklaard. Ten aanzien van het nieuwe besluit zijn geen beroepsgronden aangevoerd en in de oorspronkelijke beroepsgronden zijn geen aanknopingspunten om het nieuwe besluit onjuist te achten. Daarom wordt het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond verklaard.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding, aangezien geen kosten voor vergoeding in aanmerking komen en het griffierecht door verweerder is voldaan. De uitspraak is gedaan door R. Kooper, in aanwezigheid van griffier I. Mos, op 1 december 2011.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestreden besluit is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond.