ECLI:NL:CRVB:2011:BU7227
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling laten aanvraag bijstand wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellant heeft op 20 april 2010 een aanvraag om bijstand ingediend bij de Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Amsterdam. Voor het intakegesprek op 26 april 2010 ontving appellant een lijst met benodigde documenten, waaronder bankafschriften van de laatste drie maanden. Hoewel hem werd verzocht de ontbrekende stukken uiterlijk 3 mei 2010 aan te leveren, heeft appellant slechts gedeeltelijk stukken ingeleverd op 6 mei 2010.
Het College heeft daarop op 11 mei 2010 het besluit genomen de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, omdat niet alle benodigde gegevens binnen de hersteltermijn waren verstrekt. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven. De Raad benadrukte dat appellant niet had aangegeven bepaalde bankafschriften niet te hebben noch om een termijnverlenging had verzocht. De stelling van appellant dat hij bepaalde delen van het bankafschrift nooit had ontvangen, werd niet geaccepteerd. De Raad concludeerde dat het College bevoegd was en in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik heeft gemaakt door de aanvraag buiten behandeling te laten.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om bijstand blijft buiten behandeling wegens het niet tijdig aanleveren van alle benodigde gegevens.