ECLI:NL:CRVB:2011:BU7423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant ontving sinds 1993 een WAO-uitkering wegens chronische pijnklachten met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Het UWV herzag in 2009 deze uitkering naar 15-25%, later aangepast naar 25-35% na bezwaar van appellant.
De rechtbank onderschreef de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV, waarbij werd vastgesteld dat appellant lijdt aan moeilijk objectieve pijnklachten maar in staat is tot licht fysiek werk. Psychische beperkingen werden niet aangetoond en een medische urenbeperking werd niet gegrond bevonden.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel na beoordeling van het dossier en de rapporten, waaronder die van arbeidsdeskundige Kooyman. De Raad acht de vaststelling van de maatman en het maatmaninkomen correct en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
De Raad concludeert dat appellant met zijn beperkingen de voorgestelde functies kan vervullen en dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en deugdelijk is uitgevoerd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.